50 Tips voor tennissers op alle niveaus

  1. Eet niet vlak voor een wedstrijd of training. Houd twee uur tussenruimte en eet vooral koolhydraten, zoals een bruine boterham met jam. Het nuttigen van een banaan in de laatste fase van de partij heeft weinig zin, omdat het lichaam tijd nodig heeft dit in energie om te zetten.

  2. Drink voor en tijdens de wedstrijd; wacht niet tot na de wedstrijd. Drink een energie-drank of gewoon water (niet te koud).

  3. Uiteraard vormt de warming-up een vast onderdeel van de voorbereiding om uw spieren warm te maken en op lengte te krijgen. Bevorderlijk voor het spel en ter voorkoming van blessures en spierpijn. Naast de gebruikelijke oefeningen zal twintig minuten inslaan, circa een uur voor aanvang, ervoor zorgen dat je klaar bent voor de strijd.

  4. Voordatje op weg gaat naar de wedstrijd controleer je natuurlijk alle materialen. Een extra racket is geen overbodige luxe. Is de bespanning nog goed? Een extra paar veters hoort ook in je tas te zitten.

  5. Bij het inslaan vlak voor de wedstrijd bestudeer je je tegenstander nauwkeurig. Wat zijn zijn sterkste slagen? Hoe reageert hij op topspin, slice, korte bal? Heeft hij een goede volley, een matige smash? Speel je eigen spel, maar profiteer van de zwakheden bij de opponent.

  6. Ontwikkel een vast service-ritueel. Probeer relaxed te blijven, haal diep adem en sla. Gaat de eerste service fout, neem dan rustig de tijd voor de tweede poging en bedenk waar je je service wilt plaatsen.

  7. Wissel de service af zodat de tegenstander zich hierop niet kan instellen. Topspin, slice, naar buiten, binnendoor, op het lichaam, diep, kort. Hoe reageert de tegenstander op een onmiddellijke net-aanval?

  8. Zorg ervoor dat je opgooi constant blijft. Veel tennissers hebben de neiging de bal lager op te gooien naarmate de partij vordert, met een grotere kans dat de service in het net verdwijnt. Heb je problemen met de opgooi, probeer dan een vast punt te vinden (bijvoorbeeld op het hek achter je tegenstander), waarlangs je evenwijdig je opgooiarm beweegt. Raak niet in paniek bij een dubbele fout.

  9. Michiel Schapers trainde hard op een tie-break door zichzelf de verplichting op leggen dat hij de eerste service in moest slaan. Oefen dat tijdens je trainingssessies. Het vergroot de kans dat je het initiatief in de rally kunt nemen en verkleint de kans op een kostbare dubbele fout.

  10. Als je zenuwachtig bent voor de wedstrijd en je wint de toss, is het aan te bevelen om je tegenstander met serveren te laten beginnen. Retourneren is dan namelijk eenvoudiger dan met de opslag te beginnen. En wie weet is je tegenstander net zo zenuwachtig als jij en mag je met een 1-0 voorsprong gaan serveren.

  11. Heb je problemen met serveren tegen de zon in (wie niet?), dan zijn hier twee adviezen. Een kleine wijziging in de opgooi kan al met zich meebrengen datje niet meer recht tegen de zon in kijkt. De aanpassing zal gedeeltelijk ten koste gaan van je gebruikelijke opslag, maar zo vermijd je dubbele fouten. Een andere truc is de stand van je voeten te veranderen, waarbij je opgooit zoals gebruikelijk.

  12. Maak gebruik van de wind in plaats van erop te foeteren. Als er een harde wind waait en je hebt hem in de rug, ga dan vaker naar het net dan normaal. De passeerballen zullen minder hard aankomen en de lobs beduidend minder diep. Profiteer daarvan!

  13. De volley is eigenlijk nauwelijks een slag, maar meer een karateklap. Hak de bal met een strakke pols en doe dat vóór je lichaam. Probeer in te stappen en maak gebruik van de snelheid van de bal. Gebruik dus nauwelijks een achterzwaai en uitzwaai. Martina Navratilova leerde dat laatste dankzij een tip van Roy Emerson: tijdens de training trekje je arm onmiddellijk na het raken terug.

  14. Een slag waar maar zelden op wordt getraind is de half-volley. Doe daar wat aan: ga op de service-lijn staan en vraag je traingspartner op je voeten te slaan. Speel de half volley met een open racketblad zo snel mogelijk na de stuit. Diep door de knieën en gewicht naar achteren gericht. Probeer niet te slaan maar de bal te tillen met een niet te strakke pols.

  15. Ieder dropshot zou moeten worden gevolgd door de gang naar het net. Slaagt je tegenstander erin de bal terug te spelen, kan dat niet anders dan hoog en zonder vaart. Profiteer daarvan met een dodelijke volley.

  16. Lage volleys speel je 16 met diep gebogen bovenlichaam en knieën. Open het blad voor de noodzakelijke lift en houd de pols nog strakker dan gebruikelijk. Speel de bal cross-court: in het midden is het net het laagst en kun je de bal dus meer vaart geven en onder een goede hoek plaatsen.

  17. Probeer niet topspin met topspin en slice met slice te beantwoorden. Neutraliseren kost tijd en moeite, die je voor je eigen topspinbal nodig zou hebben. Probeer topspin te beantwoorden met slice, dan speel je in op de snelheid van de bal, die je alleen maar van richting hoeft te veranderen. Omgekeerd is ook beter: sla een topspinbal op een slice van je tegenstander. Hoe meer slice je ontvangt, des te meer topspin gebruik je.

  18. Probeer vanaf vandaag alle groundstrokes een fractie eerder te nemen dan je bent gewend, door naar de bal toe te gaan in plaats van af te wachten. Uiteraard blijven alle regels gelden omtrent de voorbereiding van de slag. Je zult het verschil heel gauw merken en je tegenstander ook. Het is bovendien de beste manier om je te wapenen tegen topspinspelers.

  19. Let vanaf het begin op je tegenstander en probeer zo vroeg mogelijk te ontdekken waar hij gaat slaan. Door dit te oefenen, krijg je meer tijd voor de voorbereiding met alle prettige gevolgen van dien. Als je naar de toppers op de televisie kijkt, let dan vooral op hun voetenwerk.

  20. Veelal is de slice het beste approach-shot. De bal blijft laag zodat je tegenstander moeite heeft goed onder de bal te komen en dus minder eenvoudig kan aanleggen voor de passeerslag. Zorg er wel voor datje tegenstander hier zich niet op kan instellen en wissel de slice dus af met af en toe vlak en topspin.

  21. Hoe hoger het niveau, hoe belangrijker de diepte van je slagen wordt. Train erop dat een flink aantal groundstrokes zo'n anderhalve meter van de baseline terecht komen en breng dat in de praktijk. Daarmee houd je het initiatief. Oefen erop dat je ook diepte krijgt als je de bal in de loop moet slaan. Slaat je tegenstander de bal rechtdoor in de hoek, antwoord dan crosscourt, zodat je meer tijd hebt om terug in de rally te komen. Speelt hij diep cross-court, dan is langs de lijn waarschijnlijk jouw beste optie.

  22. Eén van de meest verwaarloosde slagen is de lob. Je kunt hem aanwenden als verdediging tegen de aanvallend ingestelde tegenstander, maar ook tegen een baseliner. Een diepe topspinlob kan ook een zeer effectief approach-shot zijn, waarmee je een gunstige netpositie kan verwerven. Een verdedigende lob dient in principe altijd op de backhandkant van je tegenstander te worden geslagen, omdat de backhandsmash één van de moeilijkste slagen blijft.

  23. Probeer tijdens de training eens om punten te spelen en niet om games en sets. Speel de punten zonder de score bij te houden. Op die manier is er geen sprake van druk en kun je vrijuit allerlei slagen oefenen. Wissel de service-beurt na een paar punten af. Dit is trouwens wat de toppers doen als oefening een paar uur voor de wedstrijd.

  24. Probeer niet altijd die aanvallende speler te passeren met fantastische passeerslagen met een hoog risico-percentage. Geef het punt niet weg, maar laat hem maar proberen het punt te scoren. Is de opponent een hele goede volleerder, zoek het dan in af wisseling: lobs, langs de lijn, cross-court, op de voeten, langzame en snelle slagen.

  25. Een oude, maar gouden regel van Big Bill Tilden: 'Verander niets aan je spel zo lang je vóórstaat. Pasje spel altijd aan als je aan de verliezende hand bent.' Jimmy Connors verfijnde deze regel in de tie-break: 'Houd je aan je speelplan tijdens een tie-break. Speel de slagen, waarmee je je het meest vertrouwd voelt.'

  26. Om misverstanden te voorkomen in de dubbel zijn afspraken vooraf noodzakelijk. Wie neemt de bal in geval van twijfel? Wat is de tactiek als we zelf serveren? Hoe profiteren we optimaal als één van de opponenten duidelijk de zwakkere is? Een voorbeeld van een goede af spraak is dat de speler die de bal gaat slaan. bepaalt of er met z'n tweeën wordt aangevallen. Hij kan tenslotte het beste de komende bal beoordelen.

  27. Veel gevorderde spelers maken de fout door tijdens de training alleen maar aandacht te geven aan de zwakke slagen in hun repertoire. Maak van die goede slag eerst een echt wapen, zodat je zelfvertrouwen toeneemt! Stel vast wat voor doel bereikt, dan kun je gaan werken aan allround-spel.

  28. En dan sta je ineens tegen een linkshandige speler, waardoor je normale tactiek in één klap waardeloos is geworden. Was je gewend de aanval in te zetten op de backhand van je tegenstander, nu sta je nu toe te kijken hoe die forehands langs je heen vliegen. Die verrassing kun je voorkomen door je er tijdig van te vergewissen of je opponent rechts- of linkshandig is en neem maatregelen door bijvoorbeeld een paar uur voor de wedstrijd een geschikte oefenpartner te vinden.

  29. Probeer méér uit je training te halen. Je kunt veel beter een uur in hoog tempo slagen geconcentreerd en effectief trainen dan meer tijd nemen en de training een vrijblijvend karakter te geven. Verwaarloos belangrijke aspecten niet. Zo zouden veel gevorderde spelers met sprongen vooruit gaan wanneer zij meer aandacht aan hun voetenwerk zouden besteden.

  30. Tijdens de dubbel is de bal door het midden vaak de beste. Er kan verwarring bij de tegenstanders ontstaan - wie neemt de bal? - en bovendien krijgen ze veel minder gelegenheid een hoek uit te kiezen. Sla de bal wel met genoeg vaart, anders wordt het een verdedigende slag.

  31. Speelt je tegenstander traag, dan is de kans groter dat je zelf gaat forceren. Bedenk dat het zijn tactiek is jou de fouten te laten maken. Blijf rustig, maak je achterzwaai iets groter, maar gebruik geen extra spierkracht. Zorg dat je de bal zo snel mogelijk neemt om hem uit zijn ritme te halen. En komt de kans, bijvoorbeeld op een te korte bal, aarzel dan niet, maar kies de aanval.

  32. Veel spelers missen een killers-instinct, dat wil zeggen dat ze moeite hebben met het afmaken van de partij. Sommige spelers worstelen er hun hele tennisleven mee. Vaak is het een gevolg van een verslappende concentratie. Blijf daarom voor elk punt vechten en hetzelfde speelplan hanteren. Probeer vooral je tegenstander mentaal de baas te blijven.

  33. Leer van je wedstrijden, als je verliest, maar ook als je wint. Een uitstekende manier om er iets van op te steken is een vriend te vragen de wedstrijd in zijn geheel te bekijken en aantekeningen te maken; wat gebeurde er onder welke omstandigheid. Er zijn namelijk slechts weinig spelers die zichzelf door en door kennen.

  34. Train om je concentratie-vermogen te vergroten. Sta aan het net en probeer dertig volleys in dezelfde hoek te slaan. Sla vanaf de baseline twintig maal langs de lijn. Dertig maal slice met topspin beantwoorden. Je vergroot dan bovendien je vastheid.

  35. Nog zo'n belangrijke slag, die tijdens trainingen vaak over het hoofd wordt gezien: de return, die toch één van de meest voorkomende slagen is en door de profs als de op één na belangrijkste wordt beschouwd. Beschouw de return niet als een fore- of backhand maar als een aparte slag. Zo is bijvoorbeeld de achterzwaai veel korter dan bij een groundstroke. Train erop door je partner verschillende soorten services te laten slaan. Oefen daarbij ook op de directe aanval door na een zwakke service de bal snel te nemen en met een slice te volgen naar het net.

  36. ‘Een speler is zo goed als zijn tweede service,' is een gezegde dat zelfs door de topspelers wordt gebezigd. Oefen daarom regelmatig op die tweede service. Je zult merken datje dan ook je eerste service met meer zelfvertrouwen gaat slaan. Maak niet de fout de bewegingen te verkorten of te vertragen. Sla je de tweede met effect, dan zal de beweging juist sneller moeten zijn! Basisregels zijn: vrij hoog over het net, zo diep mogelijk en op de zwakste kant van je tegenstander.

  37. Praktisch iedere speler is zenuwachtig voor een wedstrijd, hoe goed hij of zij dit ook kan camoufleren. Erken je nervositeit, maar laat deze nooit de boventoon voeren! Probeer te ontspannen tijdens het inslaan. Begint de wedstrijd onthoud dan slechts drie dingen: 1. blijf kijken naar de bal; 2. durf te slaan. 3; denk niet teveel na en geef vooral negatieve gedachten geen kans.

  38. Beperk het aantal dropshots. Dat doen zelfs de profs en dat niveau heb jij waarschijnlijk nog niet bereikt. Het dropshot is de meest riskante slag. Als je er twintig in een wedstrijd slaat en je scoort er vaker mee dan twaalf maal, mag je alsnog die profcarnère overwegen. Een dropshot slaan terwijl je zelf achter de baseline staat is natuurlijk helemaal uit den boze.

  39. Je mag tijdens een wedstrijd van alles proberen, behalve opgeven. Bedenk maar eens wat er allemaal nog kan gebeuren als je achter staat. Gewoon je best blijven doen en als je dan toch een pak slaag krijgt, steek er dan wat van op.

  40. Besteed eens wat meer aandacht aan andere benodigdheden dan alleen je racket. Om te beginnen aan de bespanning, die niet alleen van invloed is op je spel, maar ook op eventuele blessures. Schoenen zijn verschrikkelijk belangrijk. Ze mogen niet te groot en niet te klein te zijn en moeten vooral comfortabel te zitten. Bedenk dat een andere baan soort soms een andere schoen behoeft. Ook de rest van de kleding moet comfortabel zitten. Zorg dat je je lekker voelt.

  41. Geloof het of niet, maar er lopen zelfs nog heel wat gevorderde spelers rond die de etiquette niet of nauwelíjks kennen. Dit tot grote ergernis van andere spelers. Twijfel je of je met deze ongeschreven regels bekend bent of krijg je wel erg vaak woedende blikken, aarzel dan niet, maar vraag een ervaren speler je te helpen.

  42. Doe actief mee aan het clubleven. Denk nooit: 'Dat is niets voor mij.' Je mist meer dan je denkt. Je zou niet de eerste zijn die zijn/ haar partner op de tennisbaan treft. Heb je tijd over, help dan mee met de organisatie van evenementen. Je sociale leven zal er wel bij varen.

  43. Te vaak wordt nog vergeten dat dankzij ijs veel blessure-leed voorkomen kan worden. Als men er maar snel genoeg bij is en de blokjes voldoende tijd geeft hun werk te doen. Check vooraf waar en bij wie je voor dit onontbeerlijke artikel moet zijn, zodat er niet teveel tijd verloren gaat.

  44. Over het slaan van de bal bestaan twee theorieën. Martin Simek zegt dat je de bal moet liefhebben, omdat de bal anders nooit zal doen wat jij wilt. Jimmy Connors gaat van de andere theorie uit: elke bal is een tegenstander die zo snel mogelijk uitgeschakeld moet worden. Liefst onmiddellijk met een dodelijk nekschot. Kies maar welke benadering het beste bij jou past.

  45. De mixed-dubbel is een heel specifiek soort spel waar iedereen op een eigen manier plezier aan kan beleven. In principe staat (net als bij het andere dubbelspel) de sterkste aan de linkerkant omdat daar de game het vaakst wordt beslist. Maar heeft de dame bijvoorbeeld een ijzersterke backhand, kan het gunstig wanneer zij links staat. Tenzij je gaat voor een Grand-Slamtitel, dient de man zich hoffelijk te gedragen.

  46. Pancho Gonzales won nog van een top-tienspeler op Wimbledon toen hij 42 was. Maar voor de meesten van ons geldt toch dat met het verstrijken der jaren onze snelheid, kracht en uithoudingsvermogen langzaam maar zeker afnemen. In plaats van tegen steeds jongere spelers te moeten opboksen, zul je waarschijnlijk meer plezier beleven in de categorie die bij je leeftijd past.

  47. Wees altijd fair. De trukendoos gaat pas open wanneer er meer dan 100.000 dollar op het spel staat en ook dan valt een overwinning op puur sportieve gronden te prefereren. Is je tegenstander erop uit je uit je evenwicht te brengen, blijf dan kalm je eigen spel spelen. Maakt hij het te bar, vraag dan om een umpire.

  48. Wellicht is dit de tijd van het jaar om over de aanschaf van een nieuw racket te denken. Ga niet over één nacht ijs, maar probeer verschillende soorten en merken. Een goede sportwinkel biedt die mogelijkheid. Ga alleen af op deskundig advies en maak van de bespanning geen sluitpost. Bedenk dat het type van je favoriete speler niet per se bij jou hoeft te passen.

  49. Vecht als een tijger, maar accepteer het verlies genereus. Als je alles hebt gegeven, kun je met opgeheven hoofd je tegenstander het respect geven dat hij of zij verdient.

  50. Wat er ook op die baan gebeurt, bedenk dat je tennist voor je plezier en dat hetzelfde voor je tegenstander geldt.


Mentale tips
tip 1
De manier waarop u tussen de punten door over de baan loopt, vertelt continu een aantal zaken ,aan onder andere uw tegenstander. Kijkt u eens goed naar de twee foto's. Welke houding straalt meer zelfvertrouwen en vechtlust uit? Veel spelers zijn zich niet bewust van hun negatieve lichaamstaal. Een gebogen hoofd, kromme rug, hangende schouders en een slingerend racket geven eerder aan dat u moe bent en zou willen stoppen. Loop dus rechtop en houdt het racket omhoog. Maak kordate stappen en toon dat u het nog helemaal ziet zitten. Ook als dat niet (helemaal) waar is, kan dit toch helpen. Enerzijds zult u eerder het gevoel (terug) krijgen om er weer helemaal tegenaan te gaan en anderzijds kan de tegenstander geen moed putten uit uw anders verslagen ogende houding.

tip 2
Probeer tijdens het oefenen en tijdens oefenwedstrijden net zo te spelen als tijdens echte wedstrijden Concentreer u net zo op de stand en speel ballen precies zoals u dat in een wedstrijd doet. Op deze wijze raakt u gewend aan de situaties en wordt het eenvoudiger om er mee om te gaan tijdens de wedstrijden.

tip 3
Besteed aandacht aan uw rituelen. Wij hebben het hier niet over bijgeloof voor de wedstrijd (hetgeen ook een bepaalde functie kan hebben), maar over uw bewegingen/gedrag voor uw service en voor uw return. Het ritueel geeft u tijd om even te ontspannen en u te kunnen concentreren. Voor de service ziet men meestal dat het stuiten met de bal een onderdeel van het ritueel vormt. Ook zwaaien veel spelers tijdens dat stuiten met het racket naar achter. Bij de return hebben veel spelers de gewoonte (het ritueel) om op de plaats enkele schaatsachtige bewegingen te maken of wat te dribbelen alvorens echt klaar te gaan staan om te retourneren. Vooral bij vermoeidheid en op zeer spannende momenten is het belangrijk om tijd te nemen voor uw rituelen.

tip 4
Het verwerken van fouten is één van die problemen waardoor tennissers mentale problemen ervaren. Spelers hebben nogal eens de neiging om gemaakte fouten te projecteren op hun eigen kunnen. Veel fouten maken betekent dan 'er niets van kunnen'.
De volgende regels kunnen u in de toekomst helpen beter met gemaakte fouten om te gaan:
· foutloos tennis bestaat niet;
· het is dus heel normaal om fouten te maken;
· een gemaakte fout is niet meer terug te draaien;
· probeer om een gemaakte fout niet te herhalen;
· een `gedwongen' fout wordt veroorzaakt door een goede bal van de tegenstander;
· een ongedwongen fout komt vaak voort uit verkeerde beslissingen, d.w.z. dat u teveel risico nam;
· denk niet langer na over 'die vreselijk slechte' bal op die `ontzettend belangrijke stand', maar speel uw volgende punt zo goed mogelijk.

Additional information

Copyright © 1970-2017 LTC Beem-Star - Disclaimer - Colofon